Persoonlijk voornaamwoord

Samenvatting BBH 8a-b

Literatuur
Pratico & Van Pelt (2019), 8.1-8.4
Vrolijk (2020), H5

Tabel 1
Hebreeuws Persoonlijk Voornaamwoord

PERSOON

PERSOONLIJK VNW

PERSOON

PERSOONLIJK VNW

1 mnl/ vrl ev

אֲנִי/אָֽנֹכִי

1 mnl/vrl mv

אֲנַ֫חְנוּ/אֲנוּ

2 mnl ev

אַתָּה

2 mnl mv

אַתֶּם

2 vrl ev

אַתְּ

2 vrl mv

אַתֵּנָה / אַתֵּנ

3 mnl ev

הוּא

3 mnl mv

הֵם/הֵ֫מָּה

3 vrl ev

הִיא/הִוא

3 vrl mv

הֵן/הֵ֫נָּה

*Noot: het persoonlijk voornaamwoord 2e persoon vrl mv komt slechts vijf keer voor, vier keer in de vorm אַתֵּנָה (Gen.31:6, Eze.13:11, Eze.13:20, Eze.34:17) en een keer als אַתֵּנ (Eze.34:31).
Pratico vermeld in overzicht de eerste vom, Vrolijk de tweede.

Tabel 1
Alle teksten met pers.vnw.2e persoon vrl mv

BOEK

HFD

VS

WLC

HSV

GEN

31

6

וְאַתֵּנָה יְדַעְתֶּן כִּי בְּכָל־כֹּחִי עָבַדְתִּי אֶת־אֲבִיכֶן׃

Jullie weten zelf dat ik met al mijn kracht voor jullie vader heb gewerkt.

EZE

13

11

אֱמֹר אֶל־טָחֵי תָפֵל וְיִפֹּל הָיָה גֶּשֶׁם שׁוֹטֵף וְאַתֵּנָה אַבְנֵי אֶלְגָּבִישׁ תִּפֹּלְנָה וְרוּחַ סְעָרוֹת תְּבַקֵּעַ׃

Zeg tegen hen die met kalk bepleisteren, dat hij omvallen zal. Er komt een alles wegspoelende regen en u, hagelstenen, u zult neervallen en er zal een stormwind losbarsten.

EZE

13

20

לָכֵן כֹּה־אָמַר אֲדֹנָי יְהוִה הִנְנִי אֶל־כִּסְּתוֹתֵיכֶנָה אֲשֶׁר אַתֵּנָה מְצֹדְדוֹת שָׁם אֶת־הַנְּפָשׁוֹת לְפֹרְחוֹת וְקָרַעְתִּי אֹתָם מֵעַל זְרוֹעֹתֵיכֶם וְשִׁלַּחְתִּי אֶת־הַנְּפָשׁוֹת אֲשֶׁר אַתֶּם מְצֹדְדוֹת אֶת־נְפָשִׁים לְפֹרְחֹת׃

Daarom, zo zegt de Heere HEERE : Zie, Ik zál uw toverbanden, waarmee u daar zielen vangt alsof het vogels zijn ! Ik zal ze van uw armen afscheuren en Ik zal de zielen vrijlaten, de zielen die u vangt alsof het vogels zijn .

EZE

34

17

וְאַתֵּנָה צֹאנִי כֹּה אָמַר אֲדֹנָי יְהוִה הִנְנִי שֹׁפֵט בֵּין־שֶׂה לָשֶׂה לָאֵילִים וְלָעַתּוּדִים׃

En u, Mijn schapen, zo zegt de Heere HEERE : Zie, Ik ga oordelen tussen schaap en schaap, tussen de rammen en de bokken.

EZE

34

31

וְאַתֵּן צֹאנִי צֹאן מַרְעִיתִי אָדָם אַתֶּם אֲנִי אֱלֹהֵיכֶם נְאֻם אֲדֹנָי יְהוִה׃

En u, Mijn schapen, schapen van Mijn weide, u bent mens, maar Ik ben uw God, spreekt de Heere HEERE .